Uncategorized

Leer Kracht

Je hebt van die woorden die je bijna dagelijks uitspreekt, opschrijft, beschrijft, in andermans oor schreeuwt of simpelweg gewoon voorbij ziet komen zonder stil te staan bij de eigenlijke betekenis ervan. Omdat je in de late of juist vroege uurtjes verdwaalt op het internet en het een en ander tegenkomt, bevriend bent met een taalwetenschapper in de dop of omdat je studeert om jezelf later, als je groot bent, met een dergelijk woord te betitelen. Schaakmat, bijvoorbeeld. Dat komt van het Perzische ‘sjâh mât’ en betekent vrij vertaald ‘de Koning heeft geen uitweg’. Nooit heb ik erbij stilgestaan dat mat in deze context helemaal niet iets is in de trant van een speelbord of niet-glimmende schaakstukken. Gisteren had ik een nóg betekenisvollere openbaring en die wil ik graag met de wereld delen.

Mijn toekomstperspectief is meer dan enkel een titel, gewoon een naam die gegeven wordt aan iemand die is afgestudeerd, enkel vanuit praktische overwegingen. Het is een samenvoeging van twee schatten die samen nog meer betekenis dragen dan op zichzelf. Zoals aardbeien met Nutella. Of Texel met een schijnend zonnetje. Ik mag namelijk niet alleen leren, nee, ik mag daar ook krachtig in zijn. En nog beter, ik mag niet alleen kinderen leren om te leren, nee, ik mag daar ook krachtig in zijn.

Het zette mij aan het denken over waar precies dan mijn kracht ligt. Op de bank op de gemiddelde vrijdagavond, in ieder geval. Maar ook in het nastreven van dat waar ik in geloof. In het voelen en aanvoelen van omstandigheden. Ik communiceer gemakkelijker met kinderen dan met volwassenen. Kinderen vertrouwen mij, willen dat ik er ben. Vinden de dingen die ik doe voor de klas waarin ik van mijzelf laat zien, ontzettend tof. Grensverleggend, of zo. Eén van mijn mentoren, die mij pas een week of vier in actie gezien heeft, zei dat dat is wat ik doe: ik zoek grenzen op, schuur met dat wat normaal is. Die was ontzettend raak.

Dit vormt een groot dilemma. Dat ik schuur met de norm, is niet omdat ik daar weloverwogen besluiten over maak. Het gebeurt gewoon, vanzelf. Ik heb ervaren dat ik daarvoor met jonge kinderen, op de vrijeschool, die ruimte mag en kan nemen. Toch voelt het niet helemaal goed. Ik denk niet in de basis, ik denk verder. Ik wil meer, groter, beter. Jonge kinderen zijn groter dan ik had verwacht, maar toch nog zo klein. Het begint allemaal pas net. Ik merk dat ik daar soms al snel aan voorbij ga. Vanzelf, omdat ik simpelweg in een andere wereld leef. Is het oké om op basis van dat gegeven niet te kiezen voor jonge kinderen? Kies ik daarmee niet te veel voor mijzelf?

Standard
persoonlijk

Megafoon

Zwarte piet bestaat! Beige is een mooie kleur! Kinderen zijn ook gewoon mensen! Creatieve vakken zijn net zo belangrijk als taal en rekenen! Dit is een minimale selectie van zaken die ik van de daken wil schreeuwen. 140 decibel, toeters en bellen, spandoeken, je snapt het wel. Niet op de goede plek zitten is dodelijker dan roken! Broccoli met chocolade is lekker! Onderwijs is kut! (Noortman, 2017)

Dat moet ik wellicht even nuanceren. Het concept Onderwijs vind ik prachtig. Dat je als leerkracht actief een waardevolle bijdrage kunt leveren aan de ontwikkeling van leerlingen. Dat je als leerling iets leert van iemand die er echt verstand van heeft. Dat je leerlingen kunt leren wie ze zelf zijn en om daarmee een gelukkig leven vorm te geven. Dat vraagt van leerkrachten om af te stemmen op leerlingen en van leerlingen om zich open te stellen naar leerkrachten over wat zij ervaren en willen of moeten leren. In de praktijk ervaar ik echter dat regeltjes en protocollen zó zijn, dat je eigenlijk nauwelijks meer de ruimte hebt om te leren waar je behoefte aan hebt. Zo nu en dan kom ik een leerkracht tegen die het goede voorbeeld geeft. Maar waar blijft de rest?

Heb je dan echt iets te willen wanneer je collegegeld betaalt? Er staat immers niet geheel per toeval jouw handtekening onder een machtiging van welke hogeschool dan ook. Dan neem ik toch aan dat je een weloverwogen besluit hebt genomen voor de opleiding die je volgt. Ik heb zeer bewust mijn handtekening gezet onder de machtiging. Ik ga nog steeds met ontzettend veel plezier naar stage en zie mijzelf zeker in het basisonderwijs werken over een jaar of vier. En toch heb ik zeker wat te willen. Ik wil het namelijk allemaal anders. Ik wil niet, of in de eerste instantie niet, stappenplannen of leermodellen of voorgeschreven wat-dan-ook volgen. Ik wil aarden, om me heen kijken, ervaren. Mijn weg vinden, steeds meer doen en inzoomen en dán pas bekijken wat één of andere professor met een hangsnor die vanuit een zeer ongelukkige hoek belicht wordt met een bijna opgebrande schemerlamp, ergens in een donker achterkamertje in Zuid-Limburg ervan vindt. Dat is mijn werkelijkheid. Ik wil dat wat ik doe, helemaal nog niet laten aansluiten bij dat wat anderen ooit gedaan hebben. Shaffy (1978) zei ooit…

Maar elke student die iets te willen heeft, heeft ook te maken met teleurstelling. Want eigenlijk heeft geen enkele student iets te willen. Dag in dag uit wordt een programma afgewerkt, mogen zij op zeer ingekaderde wijze van zichzelf laten zien. Vrijheid is in het onderwijs een illusie. Aan die illusie wordt dan een oordeel in de vorm van een cijfer gehangen. Of een waardeoordeel, wat nog veel erger is. Ook ik moet gewoon samenwerken, vooral niet te hard ergens voor werken of te groot denken, het curriculum volgen, punten uit titels van medestudenten verwijderen, voorgeschreven didactieken van slimme professors volgen omdat die ook gewoon effectief zijn… mijn plaats kennen. Mijn werkelijkheid wordt niet door de massa gedeeld, dus is het geen werkelijkheid. Het onderwijs is niet zozeer kut, hoor. Soms zit het gewoon even tegen. Of zit ik mezelf even tegen. Daar zijn dan net weer geen protocollen voor.

Standard