onderwijs, persoonlijk

‘N boekje open doen

Kinderen uit groep 5 zijn nog helemaal geen oude kinderen. Ze vinden lezen nog leuk en spelen in de pauze tikkertje. Het voeren van een wezenlijke dialoog is voor zeven van de tien kinderen toch al snel een onbegonnen zaak.  Ruzies worden opgelost door te zeggen: “ja maar ze pakte me knikkers af” en “ja maar hij sloeg harder als mij”. Ik slaak een diepe zucht.

In groep 5 gaat er voor kinderen een wereld open. Dit is namelijk het moment dat kinderen zelf toetsvragen mogen lezen. Een flinke prestatie, als je het mij vraagt. Maar waarmee deze prestatie beloond wordt is het lezen van nog meer teksten en stappenplannen en opdrachten. Kinderen van een jaar of negen schrijven elke week in een methodeschrift op identieke wijze de ophaal naar de letter W. Of het stokje aan de kleine p, waarvoor geldt: “net niet helemaal tot de vloer van de kelder”. De illusie dat kinderen steeds meer zelf mogen doen naar mate ze ouder worden, gaat in rook voor me op.

Kinderen kunnen en mogen zelf lezen, dat klopt. Maar daardoor kunnen ze zich nog maar weinig afvragen: de vragen worden immers al voorgekauwd. Het enige wat ze moeten doen is het uitpluizen van een weinig inhoudelijke tekst om het best-passende, niet geheel lading-dekkende woord op de stippellijntjes in hun werkboek te kunnen noteren. Weinig creativiteit. Geen individualiteit. En als er dan eens iets anders gedaan wordt, staat ook dat weer voorgeschreven in een boekje met een stappenplan dat voor ieder kind hetzelfde is. Een ander boekje weliswaar, maar nog steeds een boekje.

En als de onderwijspraktijk betekent dat kinderen uit boekjes leren, dan moet je je als plichtsgetrouwe juf of meester natuurlijk geroepen voelen om het goede voorbeeld te geven. De leraar is namelijk een rolmodel, of zo. Ik word daar intens verdrietig van. Niet van het feit dat een leerkracht een rolmodel zou moeten zijn, want dat staat als een huis. Nee, ik word verdrietig van al die leerkrachten, onderwijsmakers, professionals die op een willekeurige vroege maandagmorgen kozen voor de makkelijke weg. Want Kindlief wilde vanochtend niet uit bed; moest tot laat studeren voor m’n Master; koffiemachine was stuk; wc wilde niet doorspoelen; enzovoorts. Zal ik dan toch maar gewoon… lesmethoden zijn er immers niet voor niets dus wat erin staat moet wel goed zijn…

Maar dat betekent toch nimmer dat je die lesmethoden als uitgangspunt moet nemen, in plaats van de kinderen of zelfs jezelf?

Misschien is een groep 5-leerling daarom juist al wel een oud kind: het leert immers uit lesmethoden. Kleuteronderwijs, of het onderwijs dat al voor de basisschool plaatsvindt, bestaat uit het echte leven. Dat echte leven wordt steeds complexer en dus is het makkelijk om het maar gewoon in een boekje op te schrijven. Met een stappenplan. Voor elk kind hetzelfde. Geen creativiteit, geen individualiteit. Allemaal, gewoon, hetzelfde. Ik wil kiezen voor een plek waar ik zelf mag maken en nadenken en echt kan laten zien wat ik in me heb. Waar ik kan leren om het écht voor kinderen te doen in plaats van voor de toetsen, een matig salaris of louter een dagbesteding. Ik heb veel meer affiniteit met het oude kind maar ik ben zo bang dat ik daar alleen maar leer om te volgen.

Standard
onderwijs

Dromenvanger

Als alles gratis was
had ik een Harry Sacksioni in mijn klas
Pythagoras, misschien wel Einstein
Hoe fijn is het, om gewoon lekker zorgeloos te zijn

Lang niet iedereen heeft hetzelfde
We zijn allemaal mensen, dat wel
maar met een beetje extra geld
gaf ik les aan een Adele

Of ’n Taeke Taekema
rent zo maar even achter de bal aan
Kijk hem nou gaan, zo snel en fit
wat hij vast heeft is een stok, geen stick

De nieuwe Krabbé, die boeken schrijft
of het neefje van, waar heel Nederland op vrijdag  naar kijkt
“Juf, hun kunnen het allemaal beter
als mij”

Standard
onderwijs, persoonlijk

Keuzestress

Eerder schreef ik over mijzelf als juf en schrijver. Alsof ik onlosmakelijk verbonden ben met mijn roeping en daarmee met de toekomst, of zo. Ik geloof daar niet in, dat alles van te voren al vaststaat en dat wij mensen het maar gewoon moeten beleven zonder er iets aan te kunnen veranderen. Mensen kunnen denken, wat betekent dat wij weloverwogen keuzes kunnen maken voor het één of het ander. Ja, en dan heb je mij nog, die het liefst voor alles tegelijk kiest: zowel een goede vriendin als een duidelijke agenda. Zowel een zwemster als een zeer getrainde op-de-bank-ligger. Zowel een juf als een schrijver. Laatst bedacht ik me echter dat ik door het doen van die laatste uitspraak, voorbij ga aan hetgeen ik nu écht ben: student.

En studenten hebben keuzestress. Althans, ik heb keuzestress. Voor ik verder ga met het verhelderen van dit probleem, roep ik even wat voorkennis op. Het maken van een keuze gaat over een aanbod van twee of meer zaken, die je aan de hand van bepaalde criteria discrimineert tot een uitkomst van slechts een deel van het totale aanbod. Voorbeeld: de meeste studenten studeren en houden van bier. Waar anderen gedurende het weekend met een biertje in de hand ergens op een terras neerploffen, ga ik gewapend met een knalroze markeerstift en een ietwat chaotisch beklad notitieblok mijn schoolboeken te lijf. Ik kies dus voor slechts één onderwerp uit het gehele aanbod. Klein detail: ik houd niet van alcohol en drukte, dus deze keuze was vrij snel gemaakt.

De keuze lijkt een stuk moeilijker wanneer het aanbod uit meerdere interessante zaken bestaat; wanneer het keuzeplatform een ander aanbod biedt dan eigenlijk de bedoeling was; wanneer het keuzeplatform de illusie wekt een ruim aanbod te bieden terwijl het omgekeerde geval is. Van die laatste twee was sprake tijdens de GPG-week op de HAN. Deze projectweek stond in het teken van het maken van een keuze tussen lesgeven aan het jonge of aan het oude kind. Een vrij helder aanbod, lijkt mij: het één, of het ander. Echter werd door de rommelige organisatie en niet-altijd praktische vormgeving van opdrachten, de aandacht vooral gevestigd op hoe je ook al weer moet samenwerken en het op tijd inleveren van opdrachten waarvan de koppeling met het hoofdonderwerp van deze week soms ver te zoeken was. In wezen dus een aanbod dat verschilt van het geadverteerde aanbod. Daarnaast kregen we enkel één van de twee leeftijdsgroepen tot onze beschikking, wat het aanbod beperkte tot slechts één. Het maken van een keuze was niet mogelijk. En ja, daar krijg ik dus keuzestress van.

Los daarvan vind ik het stom dat we überhaupt moeten kiezen voor één van de twee leeftijdsgroepen. Ik denk dat ik, samen met wel meer pabostudenten, in staat ben om goed onderwijs te bieden aan beide leeftijdsgroepen. Het maken van een keuze hierin zie ik als verspilling van capaciteiten. Als het echt moet, dat kiezen, zou ik het wel weten. Maar wat als ik het allebei wil?

Standard
onderwijs

Verplichte zelfsturing

Als pabostudent in het nieuwe curriculum van de HAN word je opgeleid om kinderen te leren zo veel mogelijk zelfsturend te zijn. Puik plan, als je het mij vraagt. Ieder kind heeft immers eigen talenten die hij of zij kan benutten. Zelfsturing draagt daar aan bij: kinderen maken persoonlijke keuzes die hun persoonlijke ontwikkeling sturen naar het optimaal benutten van hun persoonlijke talenten. Wat ik een minder puik plan vind, is het feit dat we worden opgeleid om zelfsturing te stimuleren door verplicht deel te nemen aan diverse dag- en weekprogramma’s.

Er volgt een korte situatieschets. Een paar weken geleden werd medegedeeld dat alle pabostudenten verplicht deel zouden moeten nemen aan een beurs. Op deze beurs zouden leerlingvolgsystemen en uitgevers hun ICT-toepassingen presenteren middels een informatiekraam en workshop. Hoewel deelname verplicht was, en ik normaal gesproken automatisch stijger, hinnik, hoest en proest bij het horen van dat woord, besloot ik te kiezen voor mijn eigen ontwikkeling en dus voor het maken van weloverwogen keuzes voor de te bezoeken workshops en informatiekraampjes. Het is verplicht… dan moet het wel goed zijn.

Mijn lijstje bestond uit de workshops van de lesmethode Malmberg en het leerlingvolgsysteem Leeruniek. Braaf bezocht ik de kraampjes op de informatiemarkt en stak als plichtsgetrouwe Nederlander zoveel mogelijk gratis folders in mijn rugzak. In de eerste instantie wist geen enkel kraampje mij echt te boeien. Veel leek op dat wat ik eerder al gezien had. Daarnaast was de dag ontzettend lang en had ik meer dan anders behoefte aan een kop koffie en een stevige massage. Dit gevoel verdween echter als sneeuw voor de zon toen ik bij het kraampje van Leeruniek belandde. Het was leerzaam, het was uniek, het was wat ik wilde inzetten in mijn toekomstige klas.

Wellicht was ik wel zo onder de indruk omdat ik niet veel van andere leerlingvolgsystemen heb gezien. Mijn enige ervaringen zijn met mijn mentor uit mijn kleuterstage die geïrriteerd raakte omdat ik Parnassys niet snel genoeg begreep, en de diagrammen van CITO die ik stiekem nog steeds niet volledig kan ontcijferen. Daar lijnrecht tegenover staat Leeruniek, een programma dat ik zomaar zou aanraden aan mijn oma van 72 met minstens 40 jaar onderwijservaring en maximaal 5 jaar ICT-ervaring. Het programma is gebruiksvriendelijk, praktisch en hartstikke overzichtelijk. Je kunt in één oogopslag een breed scala aan resultaten zichtbaar maken: resultaten van methode-toetsen van alle of juist een paar vakken in één diagram, en eventueel Cito-resultaten in een diagram daaronder. Zo kun je gemakkelijk zien wat er speelt bij een leerling, leergroep, klas, jaargroep of zelfs school-breed. Daarnaast genereert het programma op basis van de ingevoerde toets-resultaten niveaugroepen en zelfs een (zeer basaal maar best accuraat) ontwikkelplan. Halleluja! Groepsplan-vrij werken komt steeds dichterbij.

Niet helemaal onder de indruk was ik van Malmberg. Het informatiekraampje bestond uit methodeboeken die ik al ken, en de gratis folders waren zo goed als op. Bummer. Ietwat gaar en gebakken ging ik naar de workshop, om er vervolgens achter te komen dat de workshop ging over iets dat nog niet bestond. Iets met een partnership met Knewton, een platform voor Learning Analytics. Dat programma sleept alle mogelijke data van de ICT-toepassingen van Malmberg binnen, Malmberg kiest vervolgens welke gegevens het wil gebruiken, en op basis van die gegevens wordt een gepersonaliseerd leerprogramma gegenereerd. Best een goed idee. Met louter goede ideëen kan ik in deze fase van mijn studie echter niet zo veel, dus vond ik het lastig om optimaal betrokken te zijn.

Dit brengt mij terug bij de kern van dit verhaal: het verplicht uitvoeren van zelfsturing. Die twee elementen horen eigenlijk niet thuis in dezelfde zin. Maar ik snap dat de HAN niet elke pabostudent als ongeleide projectiel door het schoolgebouw en curriculum kan laten rondbazuinen, dus het feit dat het handig is om af en toe een verplichte activiteit in te roosteren laat ik even achterwege. Echter, wanneer je studenten verplicht de ruimte geeft om te kiezen, in dit geval voor hun eigen ontwikkeling, vind ik het niet meer dan normaal om ervoor te zorgen dat het aanbod ook daadwerkelijk bijdraagt aan die ontwikkeling. Hoe Leeruniek dat mogelijk maakt, is mij hartstikke duidelijk. Over Malmberg twijfel ik nog.

Standard