persoonlijk

Megafoon

Zwarte piet bestaat! Beige is een mooie kleur! Kinderen zijn ook gewoon mensen! Creatieve vakken zijn net zo belangrijk als taal en rekenen! Dit is een minimale selectie van zaken die ik van de daken wil schreeuwen. 140 decibel, toeters en bellen, spandoeken, je snapt het wel. Niet op de goede plek zitten is dodelijker dan roken! Broccoli met chocolade is lekker! Onderwijs is kut! (Noortman, 2017)

Dat moet ik wellicht even nuanceren. Het concept Onderwijs vind ik prachtig. Dat je als leerkracht actief een waardevolle bijdrage kunt leveren aan de ontwikkeling van leerlingen. Dat je als leerling iets leert van iemand die er echt verstand van heeft. Dat je leerlingen kunt leren wie ze zelf zijn en om daarmee een gelukkig leven vorm te geven. Dat vraagt van leerkrachten om af te stemmen op leerlingen en van leerlingen om zich open te stellen naar leerkrachten over wat zij ervaren en willen of moeten leren. In de praktijk ervaar ik echter dat regeltjes en protocollen zó zijn, dat je eigenlijk nauwelijks meer de ruimte hebt om te leren waar je behoefte aan hebt. Zo nu en dan kom ik een leerkracht tegen die het goede voorbeeld geeft. Maar waar blijft de rest?

Heb je dan echt iets te willen wanneer je collegegeld betaalt? Er staat immers niet geheel per toeval jouw handtekening onder een machtiging van welke hogeschool dan ook. Dan neem ik toch aan dat je een weloverwogen besluit hebt genomen voor de opleiding die je volgt. Ik heb zeer bewust mijn handtekening gezet onder de machtiging. Ik ga nog steeds met ontzettend veel plezier naar stage en zie mijzelf zeker in het basisonderwijs werken over een jaar of vier. En toch heb ik zeker wat te willen. Ik wil het namelijk allemaal anders. Ik wil niet, of in de eerste instantie niet, stappenplannen of leermodellen of voorgeschreven wat-dan-ook volgen. Ik wil aarden, om me heen kijken, ervaren. Mijn weg vinden, steeds meer doen en inzoomen en dán pas bekijken wat één of andere professor met een hangsnor die vanuit een zeer ongelukkige hoek belicht wordt met een bijna opgebrande schemerlamp, ergens in een donker achterkamertje in Zuid-Limburg ervan vindt. Dat is mijn werkelijkheid. Ik wil dat wat ik doe, helemaal nog niet laten aansluiten bij dat wat anderen ooit gedaan hebben. Shaffy (1978) zei ooit…

Maar elke student die iets te willen heeft, heeft ook te maken met teleurstelling. Want eigenlijk heeft geen enkele student iets te willen. Dag in dag uit wordt een programma afgewerkt, mogen zij op zeer ingekaderde wijze van zichzelf laten zien. Vrijheid is in het onderwijs een illusie. Aan die illusie wordt dan een oordeel in de vorm van een cijfer gehangen. Of een waardeoordeel, wat nog veel erger is. Ook ik moet gewoon samenwerken, vooral niet te hard ergens voor werken of te groot denken, het curriculum volgen, punten uit titels van medestudenten verwijderen, voorgeschreven didactieken van slimme professors volgen omdat die ook gewoon effectief zijn… mijn plaats kennen. Mijn werkelijkheid wordt niet door de massa gedeeld, dus is het geen werkelijkheid. Het onderwijs is niet zozeer kut, hoor. Soms zit het gewoon even tegen. Of zit ik mezelf even tegen. Daar zijn dan net weer geen protocollen voor.

Advertisements
Standard
onderwijs, persoonlijk

‘N boekje open doen

Kinderen uit groep 5 zijn nog helemaal geen oude kinderen. Ze vinden lezen nog leuk en spelen in de pauze tikkertje. Het voeren van een wezenlijke dialoog is voor zeven van de tien kinderen toch al snel een onbegonnen zaak.  Ruzies worden opgelost door te zeggen: “ja maar ze pakte me knikkers af” en “ja maar hij sloeg harder als mij”. Ik slaak een diepe zucht.

In groep 5 gaat er voor kinderen een wereld open. Dit is namelijk het moment dat kinderen zelf toetsvragen mogen lezen. Een flinke prestatie, als je het mij vraagt. Maar waarmee deze prestatie beloond wordt is het lezen van nog meer teksten en stappenplannen en opdrachten. Kinderen van een jaar of negen schrijven elke week in een methodeschrift op identieke wijze de ophaal naar de letter W. Of het stokje aan de kleine p, waarvoor geldt: “net niet helemaal tot de vloer van de kelder”. De illusie dat kinderen steeds meer zelf mogen doen naar mate ze ouder worden, gaat in rook voor me op.

Kinderen kunnen en mogen zelf lezen, dat klopt. Maar daardoor kunnen ze zich nog maar weinig afvragen: de vragen worden immers al voorgekauwd. Het enige wat ze moeten doen is het uitpluizen van een weinig inhoudelijke tekst om het best-passende, niet geheel lading-dekkende woord op de stippellijntjes in hun werkboek te kunnen noteren. Weinig creativiteit. Geen individualiteit. En als er dan eens iets anders gedaan wordt, staat ook dat weer voorgeschreven in een boekje met een stappenplan dat voor ieder kind hetzelfde is. Een ander boekje weliswaar, maar nog steeds een boekje.

En als de onderwijspraktijk betekent dat kinderen uit boekjes leren, dan moet je je als plichtsgetrouwe juf of meester natuurlijk geroepen voelen om het goede voorbeeld te geven. De leraar is namelijk een rolmodel, of zo. Ik word daar intens verdrietig van. Niet van het feit dat een leerkracht een rolmodel zou moeten zijn, want dat staat als een huis. Nee, ik word verdrietig van al die leerkrachten, onderwijsmakers, professionals die op een willekeurige vroege maandagmorgen kozen voor de makkelijke weg. Want Kindlief wilde vanochtend niet uit bed; moest tot laat studeren voor m’n Master; koffiemachine was stuk; wc wilde niet doorspoelen; enzovoorts. Zal ik dan toch maar gewoon… lesmethoden zijn er immers niet voor niets dus wat erin staat moet wel goed zijn…

Maar dat betekent toch nimmer dat je die lesmethoden als uitgangspunt moet nemen, in plaats van de kinderen of zelfs jezelf?

Misschien is een groep 5-leerling daarom juist al wel een oud kind: het leert immers uit lesmethoden. Kleuteronderwijs, of het onderwijs dat al voor de basisschool plaatsvindt, bestaat uit het echte leven. Dat echte leven wordt steeds complexer en dus is het makkelijk om het maar gewoon in een boekje op te schrijven. Met een stappenplan. Voor elk kind hetzelfde. Geen creativiteit, geen individualiteit. Allemaal, gewoon, hetzelfde. Ik wil kiezen voor een plek waar ik zelf mag maken en nadenken en echt kan laten zien wat ik in me heb. Waar ik kan leren om het écht voor kinderen te doen in plaats van voor de toetsen, een matig salaris of louter een dagbesteding. Ik heb veel meer affiniteit met het oude kind maar ik ben zo bang dat ik daar alleen maar leer om te volgen.

Standard
persoonlijk

Op een missie

Lesgeven doe je niet voor het geld. Noem het een open deur, of een deur die knalhard je huis binnenvalt en in zijn val alle muren en funderingen me zich meeneemt. Om mij heen zie ik steeds meer studenten en leerkrachten die het steeds minder voor de kinderen doen, of voor zichzelf. Omdat het moet, omdat er toch brood op de plank moet komen, omdat je het nou eenmaal al tig jaar doet en dus niet beter weet… daar heb ik erg veel moeite mee.

Ik lieg wanneer ik zeg dat er nimmer twijfels over mijn beroepskeuze door mijn hoofd spoken. Ik maak zo nu en dan een keuze die wat minder goed bij mijn opleiding en mijn eigen persoon past, Einstein zei daarover ooit: “Everyone is a genius. But if you judge a fish by its ability to climb a tree, it will live its whole life believing that it is stupid.” Hence…
Mijn twijfels hebben echter nooit te maken gehad met of ik het wel leuk vind, dat voor de klas staan. Ik ben vooral bang dat ik het stiekem toch niet kan, of het niet goed genoeg doe, of dat er ooit een dag komt waarop ik niet meer voor de klas kan staan of zitten en dat ik dan niet gekwalificeerd genoeg ben om iets anders te doen. Over of ik het leuk vind om te doen en of het wel bij mij past, is bestaat geen twijfel. En dat is maar goed ook.

Ik ben er namelijk heilig van overtuigd dat mensen vooral geen dingen moeten doen die ze niet willen doen, zeker wanneer het aankomt op het beroep dat je uitoefent. Exclusief de uren waarop het gemiddelde Nederlandse mens ’s nachts slaapt en andere dagelijkse klusjes verricht, besteed het toch bijna de helft van zijn leven aan het beroep dat het uitoefent. Wanneer je er dan voor kiest om iets te doen wat je niet leuk vindt, waar je niets anders uithaalt dan enkel geld of een dagbesteding, ben je niet gelukkig. Ieder volwassen mens zou zelf keuzes moeten kunnen maken, ook keuzes waar ze niet perse gelukkig van worden. Ik bedoel, doe vooral wat je niet laten kan. Maar de keuzes die je als leerkracht maakt hebben altijd effect op de kinderen waaraan je lesgeeft. Je bent een voorbeeld, in veel gevallen misschien wel hét voorbeeld voor een kind. Kinderen leren van hun leerkracht wat wel en niet goed is. Van een leerkracht die niet blij is met wat ‘ie doet, niet écht gemotiveerd is om het beste uit de kinderen te halen, leren kinderen dat het oké is om niet tot het uiterste te gaan. Dat het niet belangrijk is om te doen wat je leuk vindt, waar je goed in bent.

Misschien heb ik makkelijk praten. Ik heb (nog) geen hongerig gezin en huis-tuin en keukenkat, een voortuin die absoluut kerstverlichting behoeft of een moeder die elke twee uur een luierwissel nodig heeft. Mijn vrienden wonen ver weg, ik ben hartstikke vrijgezel(lig), heb een low-maintenance studentenkamer van 26 vierkante meter en bijna geen zorgen. Mijn leven bestaat eigenlijk vooral uit mijzelf en mijn studie. Ik heb de ruimte, de mogelijkheid om hard te werken en goede cijfers te behalen, om me een weg te banen door de uiterst rommelige organisatie van de HAN, om goede relaties op te bouwen met mijn leerlingen en er écht voor hen te zijn. Om een leerkracht met een mensenmissie te zijn, in plaats van een geldmissie of een gewoontemissie.

Ik hoop echt dat dat nooit verandert. Ik zou het echt niet op mijn geweten willen hebben, dat ik mijn leerlingen leer dat het oké is om niet blij te zijn met wat je doet. Want dat is wat gebeurt wanneer je leerkracht bent: dat wat jij doet, is een voorbeeld voor jouw leerlingen. Wanneer je het doet zonder dat je het leuk vindt, laat je aan je leerlingen zien dat het oké is om te settelen voor minder dan je diep van binnen wilt. Dat geld belangrijker is dan je eigen welzijn. Het docentschap is echt wel knetterhard werken, ook op de basisschool of misschien juíst op de basisschool. Ik snap heel goed dat leerkrachten niet elk uur van elke dag in staat zijn om het beste uit henzelf te halen of uit hun leerlingen, dat hoeft ook niet want leerkrachten zijn ook maar gewoon mensen. Maar mensen zijn ook als geen ander in staat om het voor henzelf en anderen om hen heen prettig te maken, leerzaam te maken, om bij te dragen aan de levens van anderen en bovendien van henzelf. Waarom, in vredesnaam, zou je dan iets doen waar je niet blij van wordt?

Standard
onderwijs, persoonlijk

Keuzestress

Eerder schreef ik over mijzelf als juf en schrijver. Alsof ik onlosmakelijk verbonden ben met mijn roeping en daarmee met de toekomst, of zo. Ik geloof daar niet in, dat alles van te voren al vaststaat en dat wij mensen het maar gewoon moeten beleven zonder er iets aan te kunnen veranderen. Mensen kunnen denken, wat betekent dat wij weloverwogen keuzes kunnen maken voor het één of het ander. Ja, en dan heb je mij nog, die het liefst voor alles tegelijk kiest: zowel een goede vriendin als een duidelijke agenda. Zowel een zwemster als een zeer getrainde op-de-bank-ligger. Zowel een juf als een schrijver. Laatst bedacht ik me echter dat ik door het doen van die laatste uitspraak, voorbij ga aan hetgeen ik nu écht ben: student.

En studenten hebben keuzestress. Althans, ik heb keuzestress. Voor ik verder ga met het verhelderen van dit probleem, roep ik even wat voorkennis op. Het maken van een keuze gaat over een aanbod van twee of meer zaken, die je aan de hand van bepaalde criteria discrimineert tot een uitkomst van slechts een deel van het totale aanbod. Voorbeeld: de meeste studenten studeren en houden van bier. Waar anderen gedurende het weekend met een biertje in de hand ergens op een terras neerploffen, ga ik gewapend met een knalroze markeerstift en een ietwat chaotisch beklad notitieblok mijn schoolboeken te lijf. Ik kies dus voor slechts één onderwerp uit het gehele aanbod. Klein detail: ik houd niet van alcohol en drukte, dus deze keuze was vrij snel gemaakt.

De keuze lijkt een stuk moeilijker wanneer het aanbod uit meerdere interessante zaken bestaat; wanneer het keuzeplatform een ander aanbod biedt dan eigenlijk de bedoeling was; wanneer het keuzeplatform de illusie wekt een ruim aanbod te bieden terwijl het omgekeerde geval is. Van die laatste twee was sprake tijdens de GPG-week op de HAN. Deze projectweek stond in het teken van het maken van een keuze tussen lesgeven aan het jonge of aan het oude kind. Een vrij helder aanbod, lijkt mij: het één, of het ander. Echter werd door de rommelige organisatie en niet-altijd praktische vormgeving van opdrachten, de aandacht vooral gevestigd op hoe je ook al weer moet samenwerken en het op tijd inleveren van opdrachten waarvan de koppeling met het hoofdonderwerp van deze week soms ver te zoeken was. In wezen dus een aanbod dat verschilt van het geadverteerde aanbod. Daarnaast kregen we enkel één van de twee leeftijdsgroepen tot onze beschikking, wat het aanbod beperkte tot slechts één. Het maken van een keuze was niet mogelijk. En ja, daar krijg ik dus keuzestress van.

Los daarvan vind ik het stom dat we überhaupt moeten kiezen voor één van de twee leeftijdsgroepen. Ik denk dat ik, samen met wel meer pabostudenten, in staat ben om goed onderwijs te bieden aan beide leeftijdsgroepen. Het maken van een keuze hierin zie ik als verspilling van capaciteiten. Als het echt moet, dat kiezen, zou ik het wel weten. Maar wat als ik het allebei wil?

Standard
persoonlijk

Een juf en een halve schrijver

Als je klein bent, krijg je van alle kanten vragen over wat je later wilt worden. Mijn tweelingbroer was drie en keek als antwoord op die vraag wat glazig om zich heen, wachtende op het moment waarop de vrager zou besluiten dat hij net te jong is voor zo’n lastige vraag. Ik, ook drie maar meer vastberaden, verkondigde trots dat ik juf wilde worden.

Ik was vier en had op de allereerste dag in de kleuterklas al een vriendinnetje gemaakt. Ik was diep onder de indruk. Net als zij vertelde ik aan de hele wereld dat ik prinses wilde worden, of danseres, of zo. Het besef dat ik wat moeilijker vooruit kom dan anderen, en daarom wat minder (kuch) gracieus ben dan anderen, was nog niet tot mij doorgedrongen. Later besloot ik dat ik het eigenlijk veel leuker vond om anders te zijn dan de rest. Om gewoon lekker mezelf te zijn. Ninja, of brandweerauto, of zo. Ik was nog steeds niet gracieus, en had geen begrip voor het feit dat voertuigen geheel andere brandstoffen behoeven dan mensen. Het zijn van juf was niet langer interessant.

Misschien omdat ik het diep van binnen al geaccepteerd had. Ik had een impulsief idee, maar het voelde goed, dus had ik er vrede mee. Vanuit die veilige basis kon ik gaan ontdekken of andere ideeën net zo goed voelden. Ik raakte gefascineerd door de mogelijkheden van het schrift, en besloot in groep vier dat ik maar eens schrijver zou moeten worden. Dat idee heb ik altijd bewust, in tegenstelling tot het docentschap, bij me gedragen. Het voelt nog steeds als een goed idee, omdat ik er onlosmakelijk mezelf in kan zijn. Dat gevoel wil ik echter niet verliezen. Ik wil niet dat de buitenwereld het omvormt tot iets dat niet bij mij past. Gelukkig had ik stiekem al een idee, en dat voelde goed. Dus had ik er vrede mee. Dat is nog steeds de manier waarop ik dingen doe: vanuit mijn onderbuik-gevoel. Het voelt goed, dus ga ik ervoor. En dat is precies waar ik nu mee bezig ben.

Toen ik van de havo naar het VWO en weer terug naar havo ging, heb ik besloten dat ik de driejarige versie van mijzelf maar eens moest gaan koesteren vanwege haar echtheid, haar realisme. Ik kan helemaal geen danseres of ninja worden, noch brandweerauto, want dat is niet hoe of wie ik ben. Mijn tweelingbroer is 19 en kijkt nog steeds glazig om zich heen wanneer hem gevraagd wordt wat hij wil worden. Ik, ook 19 maar meer vastberaden, verkondig dat ik juf (en schrijver) wil worden. Dat ik dat stiekem altijd al ben geweest.

Standard