persoonlijk

Een juf en een halve schrijver

Als je klein bent, krijg je van alle kanten vragen over wat je later wilt worden. Mijn tweelingbroer was drie en keek als antwoord op die vraag wat glazig om zich heen, wachtende op het moment waarop de vrager zou besluiten dat hij net te jong is voor zo’n lastige vraag. Ik, ook drie maar meer vastberaden, verkondigde trots dat ik juf wilde worden.

Ik was vier en had op de allereerste dag in de kleuterklas al een vriendinnetje gemaakt. Ik was diep onder de indruk. Net als zij vertelde ik aan de hele wereld dat ik prinses wilde worden, of danseres, of zo. Het besef dat ik wat moeilijker vooruit kom dan anderen, en daarom wat minder (kuch) gracieus ben dan anderen, was nog niet tot mij doorgedrongen. Later besloot ik dat ik het eigenlijk veel leuker vond om anders te zijn dan de rest. Om gewoon lekker mezelf te zijn. Ninja, of brandweerauto, of zo. Ik was nog steeds niet gracieus, en had geen begrip voor het feit dat voertuigen geheel andere brandstoffen behoeven dan mensen. Het zijn van juf was niet langer interessant.

Misschien omdat ik het diep van binnen al geaccepteerd had. Ik had een impulsief idee, maar het voelde goed, dus had ik er vrede mee. Vanuit die veilige basis kon ik gaan ontdekken of andere ideeën net zo goed voelden. Ik raakte gefascineerd door de mogelijkheden van het schrift, en besloot in groep vier dat ik maar eens schrijver zou moeten worden. Dat idee heb ik altijd bewust, in tegenstelling tot het docentschap, bij me gedragen. Het voelt nog steeds als een goed idee, omdat ik er onlosmakelijk mezelf in kan zijn. Dat gevoel wil ik echter niet verliezen. Ik wil niet dat de buitenwereld het omvormt tot iets dat niet bij mij past. Gelukkig had ik stiekem al een idee, en dat voelde goed. Dus had ik er vrede mee. Dat is nog steeds de manier waarop ik dingen doe: vanuit mijn onderbuik-gevoel. Het voelt goed, dus ga ik ervoor. En dat is precies waar ik nu mee bezig ben.

Toen ik van de havo naar het VWO en weer terug naar havo ging, heb ik besloten dat ik de driejarige versie van mijzelf maar eens moest gaan koesteren vanwege haar echtheid, haar realisme. Ik kan helemaal geen danseres of ninja worden, noch brandweerauto, want dat is niet hoe of wie ik ben. Mijn tweelingbroer is 19 en kijkt nog steeds glazig om zich heen wanneer hem gevraagd wordt wat hij wil worden. Ik, ook 19 maar meer vastberaden, verkondig dat ik juf (en schrijver) wil worden. Dat ik dat stiekem altijd al ben geweest.

Standard